Arthur Japin – Mrs. Degas

Als in 1913 de oude, blinde schilder Edgar Degas wordt gedwongen te verhuizen, dient zich een jonge dame aan om hem te helpen met bepalen wat weg kan en wat mee moet. Tegen wil en dank, want de heer Degas wil zijn huis in Parijs niet uit, wil niet geholpen worden en wil al helemaal niet aan het verleden herinnerd worden. Maar zijn huis gaat tegen de vlakte en Degas kan weinig anders dan de hulp onder een boel gemopper toestaan. Het verslag dat de jonge dame, zonder medeweten van Degas, aan haar opdrachtgever doet, is de kern van Arthur Japins roman Mrs. Degas. 

Ondanks Degas’ tegenzin om zich bezig te houden met de vele schilderijen, schetsboeken, brieven en kattebelletjes, neemt de vrouw de tijd. Ze laat alles door haar handen gaan en hoort graag de verhalen achter de krabbels en schetsen. Vooral die verhalen over het nichtje van Degas: Estelle, zijn grote liefde. Want die geschiedenis is de echte reden van haar komst en van Edgar Degas’ weerzin het verleden op te rakelen. Dat de jonge vrouw op een bepaalde manier verbonden is aan Degas, is al snel duidelijk. Hoe precies, daar kom je gaandeweg achter. Gelukkig is dat niet de plot van het verhaal, maar het element dat de cirkel rondmaakt.  

Japin schildert met zijn woorden het decor. Je bent erbij, tussen de schilderijen en schetsen in de kamers in het 9e arrondissement van Parijs en op de veranda in de plakkerige hitte in New Orleans. In New Orleans is Degas op bezoek bij zijn broer René, die getrouwd is met Estelle. René verheugt zich erg op dit familiebezoek en heeft geen moeite met de vele tijd die Edgar met Estelle doorbrengt. In New Orleans schildert Degas het leven daar, waaronder het werk op de katoenfabriek van zijn broers. Maar hij richt zich vooral op familietaferelen, aangezien dat voor hem pas echt bijzonder is. Tot grote verbazing van zijn vriend Manet, die vooral schilderijen van het exotische leven daar verwachtte. 

“Wat een gehuwd man als Manet niet begreep en niet begrijpen kon, was dat hij zijn familie zo vaak afbeeldde omdat hij zich naast hen wel degelijk een buitenstaander voelde. Als eenling bezag hij ze, als vreemdeling. Voor hem wás familieleven iets exotisch.”  

Hoofdonderwerp van de schilderijen is de inmiddels blinde Estelle, die haar overige zintuigen inzet om alles uit haar omgeving op te merken. Japins beschrijving heeft hetzelfde effect. We kunnen de omgeving en geschiedenis niet met eigen ogen zien, maar een goede beschrijving maakt de blinde ziend.   

Arthur Japin laat zien dat hij nog altijd op zijn best is, als hij zich verdiept in historische documenten en de geschiedenis met fictie verweeft. Je raakt, mede door Degas’ geschiedenis, behoorlijk verknocht aan die oude knorrepot. Des te pijnlijker is het om de noten te lezen, waaruit blijkt dat hij toch echt een vervelende man werd, met antisemitische gedachtes. Maar dat is zo fijn aan de literatuur, de eindnoten zijn voor de feiten, het verhaal is om in meegevoerd te worden naar een plaats en tijd ver van hier. 

Leave a comment