“Ik blader eindeloos door deze zomer en door mijn herinneringen op zoek naar waar de breuk in mijn leven begon. Naar het moment dat de doodliefhebbers zich om mij heen verzamelden omdat er iets in mij begon te gisten en te rotten, ik blader naar daar waar de verzieking plaatsvond, naar het eerste symptoom van mijn verlangen naar het kind…”
Een fragment uit Marieke Lucas Rijnevelds roman Mijn lieve gunsteling. De verteller omschrijft precies wat de inhoud van het boek is, wat er in het boek gebeurt: het is de zoektocht van de ‘ik’ door zijn herinneringen, naar waar liefde schadelijk wordt.
In zinnen zonder adempauze stort het verhaal zich uit de verteller, de 49-jarige veearts. Het is alsof hij er geen controle over heeft, het moet eruit en hij kan zijn vertelling niet meer in de hand houden, net zoals hij onmachtig was zichzelf in de hand te houden tegenover de ‘gunsteling’.
Een lastig thema, de liefde van een man van 49 voor een meisje van 14. Je leest dat het niet klopt en dat het schaadt. De hoofdpersoon weet dat ook. Wat daarnaast ook duidelijk wordt, is zijn onmacht om zichzelf te stoppen. Als lezer, als buitenstaander, herken je hier het verschil tussen goed en kwaad. Tegelijk ervaar je dat dit voor de hoofdpersonen een complexe grens is. Vooral het 14-jarige meisje heeft reacties van anderen, de moeder van een vriendin, de reactie van haar broer, nodig om te zien dat het niet klopt.
Het perspectief ligt bij de veearts. Je voelt zijn verlangen, zijn onmacht om te stoppen, maar ook hoe beschadigend hij is. Je kijkt niet door de ogen van het meisje, maar ze is wel de kern van het verhaal en juist haar emoties worden onder de loep genomen. Want dat is waar het boek om draait, om haar, de lieve gunsteling. Zij wordt bekeken en gezien en dat is alles waar ze naar verlangt. Dat gezien worden zorgt ervoor dat het meisje zich voor hem openstelt. Omdat hij haar ziet en kent, vindt hij de ingang om ook door haar geliefd te worden.
Marieke Lucas Rijneveld schreef Mijn lieve gunsteling in een razend tempo. Pas tijdens koningsdag 2020 besefte ze dat ze dit boek moest schrijven. In november 2020 kwam het uit. De reden van dit hoge tempo was dat Rijneveld voelde dat het boek zo geschreven moest worden, ze voelde dat het klopte wat ze aan het doen was, zo vertelde ze in een interview met nporadio 1. En wat ze heeft gedaan is ontzettend knap. De thematiek heeft ze vanuit een prachtige invalshoek benaderd, zodat je je kunt inleven in iets wat je niet kunt begrijpen. Maar vooral de stijl, de zinnen en de taal maken dit boek tot een meesterwerk.
Net als in De avond is ongemak (2018) speelt Rijneveld met autobiografische elementen. Zo worstelt het meisje met haar gender, heeft ze haar broer verloren aan een ongeluk en woont ze op de boerderij. De veearts en het meisje kennen we ook uit De avond is ongemak, net als de streng gelovige omgeving waarin ze opgroeit.
In dit vervreemdende verhaal, dat ongemakkelijk en pijnlijk is, zorgen de historische elementen voor herkenning. De Twin Towers, Kurt Cobain en the Cranberries, Pokemon en het tijdschrift Vriendin zijn ineens uitzonderlijk herkenbaar en normaal:
“…ik floot zelfs mee met de radio en vroeg me even af hoe Vriendin kon weten dat mannen niet zomaar nieuw ondergoed kochten; ik had inderdaad een paar boxers gekocht en droeg ze alleen als ik naar jou ging.”