“Ik ben Wobie. In mijn wereld regent het glitter en confetti. Vaak knetteren er kerstlichtjes in mijn hoofd,…”
Een boek dat zo begint, moet wel een vrolijk boek zijn. Maar Splinter Chabots Confettiregen is dat niet. In drie delen beschrijft de hoofdpersoon Wobie hoe hij langzaam maar zeker tot de ontdekking komt dat hij homoseksueel is. Die ontdekking is een enorme worsteling.
“…maar soms vindt er ook kortsluiting plaats.”
Wobie groeit op in een kleurrijke familie, waarin zijn ouders al sinds hij jong is laten merken dat hij mag zijn wie hij is. Dat hij homo is, is voor niemand in de familie een verrassing en voor niemand een probleem. Maar voor Wobie wel. Vooral het feit dat er íets is, iets dat anders is en wat ontdekt moet worden en verteld moet worden. In Confettiregen is Wobies homoseksualiteit niet het probleem, de ontdekking en acceptatie van zijn homoseksualiteit zijn wel een probleem.
De angst om niet meer gezien te worden voor wie hij is, maar anders bekeken te worden omdat hij homo is, maakt de acceptatie van zijn homoseksualiteit zo’n worsteling. Ondanks dat hij opgroeit in een open gezin en hij op school steun krijgt van vriendinnen, houdt de angst om afgewezen te worden hem volledig in zijn greep. Negatieve opmerkingen, beelden op tv, een reactie van zijn broer of opmerkingen van klasgenoten haken zich aan hem vast en zorgen ervoor dat Wobie in een isolement komt.
De andere kant is er ook: docenten die op paarse vrijdag een paars detail in hun kleding verwerken, waarmee ze een knipoog geven aan de leerlingen die twijfelen over hun geaardheid. De uitspraak van Wobies moeder dat ze het leuk zou vinden als ze niet alleen schoondochters krijgt. Marc-Marie Huijbregts, die in DWDD door de camera Wobie aankijkt en zegt dat het beter wordt. De woorden van zijn vriend waarmee hij laat zien dat je mag worstelen en twijfelen:
“Wat nog meer?’ vroeg hij, heel voorzichtig, alsof hij iemand wakker maakte maar die persoon niet wilde laten schrikken.
‘Ik herkende me ergens in, omdat ik soms dingen ook niet weet.’
Hij keek me aan. ‘Dat is toch prima.’ Langzaam, zonder me te laten schrikken, had hij me wakker gemaakt uit een nachtmerrie, had hij een hand uitgestoken naar een droom.”
Confettiregen is geen treurig boek. Er is genoeg vrolijkheid. In de eerste plaats door Wobies persoonlijkheid. Een vrolijke jongen, eigenzinnig en druk, dol op glitters en kleur. De beschrijvingen van het leven op school, geklier in de lessen en activiteiten buiten school zijn herkenbaar en hoopvol. ‘Vertel het nou gewoon,’ denk je als lezer. Omdat je ziet hoe geliefd hij is en je ervan overtuigd bent dat alles dan zoveel fijner voor hem wordt. De schrijfstijl van Chabot is net als Wobies karakter: vrolijk, eigenzinnig en kleurrijk.
Confettiregen zit vol spetterende zinnen die bruisen en knetteren in je hoofd. Hoewel dat de zinnen zijn die het boek kleur geven, zijn het niet de belangrijkste zinnen. Dat zijn de zinnen waaruit blijkt dat het goed is zoals het is. Dat je mag worstelen en twijfelen en dat het niet erg is als je moet zoeken naar antwoorden en naar jezelf. Helaas zal Wobies strijd voor velen herkenbaar zijn. Dit boek zal dan vast een beetje helpen.